“Minder minder minder!”

De één spreekt schande van de uitspraak van Geert, een ander omarmt hem met “minder minder minder”. Als je het mij vraagt is niets nieuws gebeurd na de uitspraak van Geert. De geschiedenis heeft ons geleerd dat wanneer het economisch slechter gaat, mensen zich vastklampen aan mensen zoals Wilders.

Mensen willen zich veilig voelen. Het liefst binnen een grens die voor hun getrokken wordt. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd zijn. Het zorgt ervoor dat sommige mensen niet zelf nadenken en daardoor sluiten zij zich aan bij een groepering (of partij).

De mentale gezondheid van mensen wordt namelijk voor een groot gedeelte bepaald door het antwoord op de vraag: ´Mag ik erbij horen?´ De mens is een sociaal wezen, een groepsdier. In een groep kun je het best overleven. Een (heftige) uitspraak van een leider zorgt ervoor dat mensen dit gedrag omarmen, kopiëren en uitdragen.

En dat is ons allemaal niet ontgaan de afgelopen week. Bewerkte foto´s van Wilders op Facebook en ontzettend veel haat jegens Marokkanen. De Marokkanen komen terug met de hashtag #BornHere en vervolgens regent het historische vergelijkingen zoals: “Hitler begon ook zo” en dat soort uitspraken.

Krijg ik zojuist een bericht op Twitter van @GekantuldMedia: “Hallo onze nieuws media website is online, eindelijke een media site die opkomt voor de allochtoontjuhs.”

Zucht. Hoewel mijn naam anders doet vermoeden, ik ben geen allochtoontjuh. Maar ik ben ook zéker geen PVV-aanhanger.

Maar een conclusie trek ik wel:
Het is er niet echt gezelliger op geworden in Nederland.

Kip-ei verhaal

EINDELIJK BEWEZEN: DE KIP KWAM VOOR HET EI! 

De wetenschappers van de universiteiten van Sheffield en Warwick ontdekten dat de vorming van eierschalen afhankelijk is van een eiwit dat enkel in de eierstokken van kippen voorkomt. Een ei kan alleen hebben bestaan als het uit een kip kwam, concluderen ze.

Weetje, ik heb wel eens op een verjaardag ofzo, met een gevuld eitje in mijn hand, tijdens een discussie over de kip/ei-vraag, gezegd dat het ei gewoon een product was en de kip een producent. Zonder producent géén product, dacht ik, en als ik die wetenschappers goed begrijp, dan zit ik daar niet ver naast.

Maar wie ben ik? Als het zelfs Aristoteles bezig hield. Hij zei: “Als er een eerste mens was, dan werd deze – in strijd met alle natuurwetten – geboren zonder vader en moeder. Want er kan geen eerste ei zijn geweest waar een vogel uitkwam, of er moet ook een eerste vogel zijn geweest die een ei legde; want een vogel komt uit een ei.”

Filosofische gedachte van die man.

Maar goed. Daar komen we geen steek verder mee.
Natuurlijk heb ik deze vraag even gegoogeld. Wat ik las was dat er eerst een ander soort vogel was. Door een mutatie ontstond in het ei van die vogel de kip. De allereerste vogel was een soort dinosauriër, waarvan de voorouder een soort reptiel geweest moet zijn.

Appeltje eitje als je ´t mij vraagt, want dat betekent dat een ei alleen kan bestaan als het gelegd is door een kip?! Probleem opgelost: de kip was er eerst. Ik blijf bij mijn standpunt. Sam de ´eggspert´.

Met alle respect voor de evolutionisten, theologen, filosofen en andere geleerde types, die schijnbaar kennis hebben van deze zaak of ze er zelf bij zijn geweest. De kip of het ei, het is opgelost. Die kakelende rakkers waren er als de kippen bij!

Fijn hé? Zo´n gevalletje van ´twaalf

Oude rotzooi

Welnu. Ik hou van oude rotzooi. Ik ga zeer regelmatig even langs de kringloop om allerhande rommel op de kop te tikken. Zo ook vandaag.
Een typmachine.
In deze tijd van laptops, notebooks, iPads en andere hippe toestanden had ik even zin in nostalgie. Het geluid van de toetsen die de letters op het papier drukken vind ik schitterend. Alsof je écht aan het schrijven bent.

Na drie blaadjes realiseerde ik me alweer de voordelen van die hippe toestanden. Ik heb namelijk tijdens het typen van dit stukje al zo vaak op backspacegedrukt en zinnen verplaatst, dat had me zeker tien blaadjes gekost.

Maar een typmachine heeft charme. Na de opkomst van de computers, toen elke gerespecteerde schrijver nog een schrijfmachine gebruikte was het not done om een tekstverwerker te gebruiken voor het schrijven van literatuur. Harry Mulisch scheen dat tot het laatste toe te hebben volgehouden.

Ik heb op de middelbare school mijn typdiploma gehaald, op een typmachine. Na een half jaar kregen we het examen. Mevrouw van Velzen plakte met plakband witte A4´tjes over onze handen zodat we niet konden spieken en ik slaagde met vlag en wimpel. En nu heb ik mijn eigen exemplaar. Het is zo´n typmachine waarbij ik me bijna een razende reporter voel, zin krijg om te roken en wil stoppen met douchen.

Zo’n typemachine waar de moderne klassiekers op getikt werden. Van die echte schrijvers, die ongedouched, rokend, kromgebogen en met bezweet voorhoofd over hun typemachine gebogen zaten en waar de mooiste verhalen op ontstonden.

Mijn typmachine: een blast from the past. Een manier om me verbonden te voelen met die grote schrijvers van weleer. Met mijn typmachine ga ik helemaal op in mijn verhaal en ik hoor alleen nog maar het mooie ritmische getik.

Totdat het schermpje van mijn iPhone oplicht, met een Whatsappje; “Sam! Check je Facebook!”

Even klagen

Vorige week hadden we eindelijk één van de eerste ‘echte’ warme dagen van het jaar en dit gaf genoeg reden voor geklaag. Want; “Phoe, wat was het warm”.

De crisis, het openbaar vervoer, de dure kinderopvang, de jeugd van tegenwoordig, buitenlanders en ons pensioen:  wij Nederlanders zijn dan wel een nuchter volkje. Klagen kunnen we als de beste.

Zitten wij op een subtropisch eiland met witte stranden en palmbomen dure cocktails te drinken dan klagen dat het toch wel erg warm is: “Pfff! Eerst maar eens een duik, ik heb het bloedheet! En; Pff, ze zijn wel krenterig hier, met de rum”.

Het waait te hard of het waait te zacht. Het is te koud of het is te warm. Het is te nat of te droog. Echt goed is het niet vaak.

Maar verder zijn we best een positief ingesteld volk.

In zonovergoten Griekenland klagen ze niet. Daar wordt ‘hittegolf’ echt geen trending topic. In Thailand zeggen ze niet; “Jeetje wat een hitte vandaag”. En in Mongolië hoor je ze vast niet klagen dat de oren van hun hoofd vriezen.

Een nuchter volkje, wij? Wij klagen zelfs over het feit dat we klagen. En dat wordt ieder jaar bevestigt nadat ons vakantiegeld geïnvesteerd is in een weekje Turkije. We gooien onze koffers vol en rijden of vliegen (en sommige gekken fietsen) massaal de grens over waarna we bij thuiskomst zeggen: “Wat zijn ze toch gastvrij, daar kunnen wij nog een hoop van leren”. En: Ze zijn daar zo relaxed! Die mensen hebben. Echt. Geen. Haast, jeetje wat zijn wij toch gestrest”.

Maar ook klagen we over het land waar we verblijven. Want het is er te heet, het openbaar vervoer is slecht geregeld, de mensen zijn niet aardig, ze spreken geen Engels, het eten is eentonig, “ze rijden als gekken” en de wegen zijn slecht.

Het eerste resultaat op Google vertelt mij: ‘Klagen is je ontevredenheid, pijn of verdriet uiten’.
En dat vind ik een prima excuus om ons geklaag te rechtvaardigen. Want soms is dat gewoon even lekker.

De religieuze knoop

In de negentiende eeuw moesten de kinderen tijdens de zomervakantie helpen bij de oogst. Nu valt er bij mij niet veel te oogsten en daarnaast is het 2016 dus doen wij in de zomervakantie leuke dingen.

De zon liet zich vandaag niet zien en het werd wel weer eens tijd voor een stukje educatie. Op naar museum Volkenkunde in Leiden, naar de tentoonstelling DE BOEDDHA waar mijn meisjes een hoop leerden over deze populaire levensles.

Aandachtig luisterden ze naar het verhaal over Boeddha, die werd geboren als Siddharta Gautama, de jongen die alles had, maar zich toch leeg voelde. Hoe hij zich terugtrok om een manier te vinden om gelukkig te worden en hoe hij die verlichting uiteindelijk vond.

Ze vonden het een mooi verhaal en op de vraag of ik ook in Boeddha geloof na zo’n mooi verhaal legde ik uit dat het Boeddhisme een godsdienstige leer is, een levensles en daarmee dus iets anders dan ‘in iemand geloven’. “Ik vind het een mooi verhaal, maar het verhaal over Jezus vind ik ook mooi, net zoals het verhaal over profeet Mohammed mooie dingen heeft”, legde ik uit. Natuurlijk aangevuld met het feit dat ieders relgieuze overtuiging respect verdient.

Onderweg naar huis dacht ik er nog even aan terug. Want het lijkt erop, dat de grote geestelijk leiders uit het verleden ons genoeg traditie doorgegeven hebben om ons bewust te zijn van het feit dat wij mensen een spirituele kant hebben.

Wat ik moeilijk vind om aan kinderen uit te leggen, is het feit dat deze geestelijk leiders zijn opgehangen, uit de dood zijn opgestaan, uitgescholden, en gewoon niet begrepen worden, maar dat ze toch voor veel mensen hoop bieden. Maar dat alles op het gebied van religie heel wat ellende en slachtpartijen teweeg heeft gebracht.

Ik heb wel de rode armbandjes omgeknoopt. Gezegend door een lama van het Shechen klooster in Kathmandu in Nepal. “De wens komt uit als het armbandje vanzelf van je pols afvalt”, zei de meneer in het museum.

Ik legde de knoop erin waarbij mijn jongste dochter verschrikt met paniek in haar ogen zei: “Mijn wens heb ik nog niet echt gedaan, nu komt hij niet uit!”
De knoop echter, die kon er echt niet meer uit. Dus even terug naar mijn eigen realtiteit en ik zei: “Als jij er zelf in gelooft, dan komt ‘ie zeker uit.
En nu naar bed!”

Namaste

Businessplan op een bierviltje

Dat het bierviltje bedoeld is tegen kringen in het tafelblad is natuurlijk een hardnekkige misvatting. Wat ook een misvatting is, is dat er op een bierviltje alleen maar logo´s van Heineken en Amstel staan. De achterkant van het bierviltje, dáár gaat het om!
Want daar staat meestal niks. Een heel leeg vlak, waar de meest waardevolle informatie op gekrabbeld kan worden.

Er wordt gezegd: “Een (business)plan moet zo simpel zijn dat het op een bierviltje past want de beste ideeën ontstaan met een biertje in de hand.”

In de kroeg, onder het genot van een drankje kun je heel ´gemakkelijk´ netwerken. Maar dan heb je natuurlijk niet altijd je visitekaartjes mee. Gevolg: de volgende dag ben je de naam van degene met wie je gesproken hebt vergeten. Bierviltjes zijn een geniale oplossing, maar sinds kort zijn ze vaak aan beide kanten bedrukt. En daarom hebben wij onze eigen MPN-bierviltjes! Met natuurlijk een mooie MPN-voorkant, en een héle lege achterkant!

Zo kunnen wij jou tijdens onze netwerkborrel op weg helpen door de eerste vraag op ons eigen viltje te schrijven: “Waarom moet ik jou morgen bellen?”
Maar het is natuurlijk aan jou. Je mag er ook gewoon je biertje op zetten. Of hem mee naar huis nemen.

Kom jij ook borrelen?
www.meerpuurnetwerken.nl

Dodenherdenking

Ieder jaar op 4 mei herdenken wij alle (Nederlandse) slachtoffers die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen.

Het totaal aantal Nederlanders dat in 1940 – 1945 als gevolg van oorlog, bezetting en vervolging is omgekomen ligt tussen de 225.000 en 250.000. Dat is 2,7% van de bevolking destijds. Nederland telt in die jaren 9 miljoen inwoners. (bron)

En moeten we die mensen blijven herdenken?
De meningen zijn (uiteraard) verdeeld.

De één vindt dat we eerbied moeten hebben voor de slachtoffers, anderen vinden het geldverspilling. De herdenking op de Waaldorpervlakte en de Dam kosten een vermogen en dit geld zou beter gebruikt kunnen worden voor andere dingen. Christa Noëlla deed er nog een schepje bovenop met een bericht op Facebook waarin zij aangaf niet langer stil te staan bij dodenherdenking.

Ze postte een foto waar ze zelf opstaat. In haar handen een blaadje met ‘Geen 4 mei voor mij.’ De foto zorgde ervoor dat #geen4meivoormij én #wel4meivoormij trending topic werd op Twitter.

Wat een discussie weer.

Toegegeven: de groep mensen die deze offers heeft gebracht wordt steeds kleiner. Onze generatie heeft geen reden om Duitsers te haten. Is het bericht van Christa een volgende discussie zoals we die kennen rondom Zwarte Piet of is het een gebrek aan historisch besef?

Als kind vond ik dodenherdenking heel indrukwekkend. Vooral de oorverdovende stilte. Mij werd geleerd om stil te zijn. De TV ging aan en ik durfde twee minuten lang bijna geen adem te halen. Daarna keken we naar Anne Frank.

Hoewel ik het allemaal heel indrukwekkend vond, ik begreep er niet veel van en het leek me zelfs hartstikke leuk om met mijn familie in zo’n achterhuis te wonen.

En we beseffen met zijn allen heel goed dat er in de wereld nog veel oorlog is en dat er in Syrië al -ik meen- 300.000 mensen omgekomen zijn. Vrede en vrijheid zijn niet vanzelfsprekend. Maar of er vrede is of niet, of je fiets is gestolen door een Duitser of niet; het heeft geen zin om #geen4meivoormij OF #wel4meivoormij te Twitteren.

Hang je vlag halfstok, of doe het niet. Maar laten we stoppen met discussiëren.
Het heeft geen zin.

Heftig tintje grijs bij Oranje

Sinds Máxima onze koningin is staan  haar outfits nog meer in de belangstelling dan voorheen en ze wordt (met recht) een internationaal stijlicoon genoemd. Zelfs internationale modecritici zijn enthousiast over haar creaties.

Tot vorige week.

Ons koningspaar was twee dagen op bezoek in Beieren, Duitsland om de banden aan te halen. Vervolgens grote ophef, want onze oosterburen vonden de borduursels op de mantel van onze Máxima verdacht veel op een hakenkruis lijken.

Jetzt geht’s los!

Ik ben sowieso benieuwd hoe zo’n aankleed-tafereeltje er daar aan toe gaat. Het is vast heel gemütlich allemaal. Ik stel me zo voor dat de ontwerper de jas over de schouders van onze koningin drapeert en dat ze zichzelf nog even in de spiegel bewondert waarna de koning zegt dat ze er natuurlijk fantastisch uitziet.

Ontwerper Claes Iversen reageerde op de Duitse verbazing en vertelde dat hij slechts een “klassiek geometrisch ornament” wilde maken. De vermeende hakenkruizen waren gemaakt van schroeven, bouten en inbussleutels.
Ach So! Nou, dat vind ik hartstikke schön bedacht van Iversen.

Wat koningin Máxima zelf vindt van alle ontstane ophef rond haar grijze jas, blijft onduidelijk. De Rijksvoorlichtingsdienst wil niet reageren.

En ach, gelijk hebben ze. Ik denk dat noch Claes, noch Máxima kwaad in de zin had met de mantel.
Maar dat is slechts mijn Fingerspitzengefühl.

Vrolijk pasen

Pasen staat voor de deur. Voor gelovigen een belangrijk feest, voor de rest gewoon een vreetfestijn.

Ik denk bij Pasen aan paaseieren en geel crêpepapier. Niet echt heel voor de hand liggend maar dat is nou eenmaal het eerste wat in me opkomt.

Misschien komt dat doordat ik uit een ongelovig nest kom. Bij ons thuis ging niemand naar de hel maar ook niet naar de hemel. Geen hel, geen verdoemenis en niet naar de kerk. Wel had ik soms zondagse kleding, en ik begrijp tot op de dag van vandaag nog steeds niet waar dat nou eigenlijk goed voor was.

Ik had in de straat een vriendinnetje ´van de strenge kerk´, zoals wij dat noemden. Altijd een rok aan en ze hadden geen televisie. En hoe graag ik ook televisie keek, ik vond het reuze interessant om daar thuis te komen. Het rook daar in huis zelfs een beetje gelovig.

Op zondag mocht ik daar niet aanbellen van mijn moeder want ik moest rekening houden met hun geloof. Dan liepen mijn zus en ik soms langs hun huis en gluurden we nieuwsgierig naar binnen om een glimp op te vangen van wat zich daarbinnen afspeelde.
We zijn er nooit achter gekomen.

Maar nu lijkt Pasen een feestdag voor eieren, afbakbroodjes en chocolade geworden.

Ofwel: De Verlosser is ingeruild voor de Paashaas.
Goed; ik wens jullie een gezegend Paasfeest, of dat nou in het huis van God is, of in de IKEA.

Wil je er zegels bij?

Lekker ouderwets sparen met zegeltjes of bonnen, wij Nederlanders zijn er ondanks de opkomst van het digitale tijdperk nog steeds dol op.

We staan bekend om onze spaarzaamheid. Er is dan ook een grote hoeveelheid spaarsystemen waar we uit kunnen kiezen, zoals Airmiles en DE-spaarpunten, kooppunten van de PLUS-supermarkten, Rocks, en de bonuskaart van de Albert Heijn. Ook kunnen we sparen voor een dag je uit, bloempotten, perkplantjes en – wie heeft ze niet, de moestuintjes van de Albert Heijn.

Het doet iets met ons, dat sparen. We krijgen immers gouden bergen.
Althans, dat wordt ons keer op keer beloofd bij zo’n kakelverse spaarkaart. En die gouden berg komt bij ieder beplakt vakje weer een stukje dichterbij.

Ik ben er niet zo goed in, in zegels sparen. Ik heb het wel geprobeerd hoor. Binnen de kortste keren had ik 63 halfvolle spaarkaarten en twee bonnetjes met stempels van de momenten waarop de spaarkaart niet bij me had. In de keukenla lagen dan wat verdwaalde zegels van een actie die niet meer bestond. Of zegels van een winkel uit Appelscha of Nederhemert waar ik ooit een keer doorheen was gereden.

Dus ik ben ermee gestopt. Soms geef ik ze aan iemand die achter me in de rij staat, die dan verheugd kijkt naar de extra zegels waarmee ze sneller dan gedacht bij de gouden berg is. En dan voelt het ook minder als verraad aan de zegels, die anders toch maar in mijn portemonnee zitten te wachten om opgeplakt te worden.

Maar ik spaar wel Rocks. Ja echt. Bij iedere tankbeurt geef ik het pasje en na een paar tankbeurten heb ik dan vijf euro bij elkaar gespaard. Die kan ik dan besteden bij bol.com. Maar dat wil ik niet. Want ik kan hiervoor ook gratis mijn auto wassen. Mét zo’n wax-uitbreiding. En daar gaat mijn auto van glimmen joh!

Ik denk dat er heel veel mensen zijn wiens moeder een trommeltje met DE-zegels had. Netjes uitgeknipt, of uitgescheurd op een hoopje.
Ja, ook de mijne. Ik zie het nog voor me: mijn moeder die het koffieblik aanvulde en daarna de DE-zegel van het pak afknipte.
In de la was er een speciaal vakje waar al die zegels inlagen. Zo eens in de twee jaar kwamen al die zegels op tafel en dan gingen we tellen. Ik herinner me nog dat ik dat best spannend vond.

Het spaarprogramma van de thee- en koffieproducent bestaat al sinds 1924 en is het oudste, nog actieve spaarsysteem van Nederland. Ook anno 2016 wordt er in ons land nog flink geknipt en gespaard. En gelukkig maar dat Blokker een herstart heeft gemaakt want inmiddels heeft Douwe Egberts alle winkels gesloten en kunnen we de waardepunten alleen nog inleveren bij Blokker.

Ritzo ten Cate maakte een rekensommetje over het sparen van DE punten. Hij berekende dat je voor een Bosch Espressomachine 133.900 punten nodig hebt, ofwel 7.000 pakken Senseo.

“Die wat spaart, die wat heeft”, vertelt een gedachte uit de literatuur uit de zestiende eeuw.
Mooie gedachte.
Maar mam, stop maar met die DE-punten, pas na 240.000 koppen koffie heb je een koffiezetapparaat bij elkaar gespaard!