In de rij voor lang en slank

Toen lang en slank werd uitgedeeld stond ik niet vooraan. Dat was mijn eigen keuze hoor. Ik wilde destijds graag een kleine 160 en die werd tegelijkertijd uitgedeeld.
Toen ik mijn karakter voor dit leven binnen had, moest ik achteraan aansluiten in de rij voor een mooi uiterlijk. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat dat zo gewild zou zijn. Wat heb je tenslotte aan een mooi uiterlijk, dacht ik. “Daarmee kun je veel geld verdienen”, zei iemand die naast me in de rij stond. Wat hij me ook vertelde was dat geld verdienen in deze wereld het allerbelangrijkst was.
En dus bleef ik in de rij staan.

“Mooi uiterlijk is op”, ze de engel achter het loket van het bijna lege mooi uiterlijk-magazijn vermoeid. “Daar hebben de eerste mensen in de rij om gevochten.”
Daar stond ik dan. Ik was te laat voor intelligentie en mooi uiterlijk was ook op.
“Ik weet het ook niet”, zei de engel. “Als ik had geweten dat ze zo populair zouden zijn, had ik er meer van besteld.” De engel keek me keurend aan.
“Even zien… ik heb nog een paar exemplaren powervrouw liggen en achterin ligt nog een model slechte genen. Maar die is niet aan te raden want er lijkt een vervelend defect aan te zitten…”.

Ik bladerde wat door de catalogus en zag niet iets wat me direct aansprak. “Wat heb je nog liggen”? vroeg ik. “Eens kijken”, zuchtte de engel. “Je had 159 gekozen als lengte hé?”
Ik knikte hoopvol.
“Dan moet je het doen met saaibruin, maar je kunt het verven.” Ik stemde in. “Kan ik dan nog ´van origine strak en gespierd´ krijgen?” De engel schudde meewarig zijn hoofd. “Je kunt dat in het leven zelf wel krijgen, dan moet je sporten en gezond eten.”

Ik viste dus voor alle makkelijke modellen een achter het net. Geen intelligentie, mysterieuze ogen, geen getint huidje of lange benen.
Hij vroeg me waarom ik zo laat was. Ik antwoordde dat ik in de rij had gestaan voor knap uiterlijk. De engel knikte sipjes. “Tja, alles draait in dit leven om een knap uiterlijk.”
En zo stond ik een beetje doelloos voor me uit te staren toen de engel opeens zei: “Heb je veel te besteden?” Ik schudde verdrietig mijn hoofd.
“Ik heb nog een model die iemand vorige week heeft teruggebracht. Misschien vind je het wat, er moet nog wel wat aan gesleuteld worden maar je mag hem voor de helft van de prijs meenemen.”

Hij opende enthousiast de doos en ik bekeek het exemplaar.
Ik besloot hem te nemen. Met zo nu en dan een beetje verf werd saaibruin ´black is beautiful´, met wat sporten op zijn tijd zouden de putjes in de billen wat minder worden en met wat doorzettingsvermogen zou ik met dit exemplaar prima geld kunnen verdienen.

Ik ging tevreden de deur uit.
Toen ik buiten stond werd ik geroepen. “Hey! Ik vergeet nog te zeggen dat je deze niet kunt ruilen”, hijgde de engel die achter me aan was gerend.

Ik keek naar mijn aankoop en riep toen: “Maakt niet uit, ik vind hem leuk, ik hou hem, volgend leven zien we wel weer!”

300 woorden

Driehonderd woorden, dat is waar deze blog uit bestaat. Er waren een hoop leuke inzendingen maar deze openingszin bracht me meteen tot een vraagstuk Tiemen. Want ik typ- en zeg altijd ´dit blog´ en niet ´deze blog´.

Het taalinstituut Onze Taal zegt hier het volgende over:

Het is allebei juist; het woord weblog kan zowel het lidwoord ´de´ als het lidwoord ´het´ krijgen. De weblog lijkt vaker voor te komen.

Blog is een woord dat wij geleend hebben van de Engelsen, en komt van weblog. Maar daar ben ik nog niet bij geholpen want de Engelsen schrijven altijd “the”. Beide vormen zijn in het Nederlands overgenomen, en hebben inmiddels al het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal gehaald.

Dit heeft volgens mij alles te maken met het feit dat er vandaag de dag flink op los geblogd wordt. Een volledig geaccepteerd, weliswaar geleend, maar (inmiddels) Nederlands woord dus.

En wat ik dacht dat klopte. Als Genootschap Onze Taal besluit een woord op te nemen in de woordenlijst, dan wordt er eerst gekeken hoe de meeste mensen dit woord schrijven of uitspreken. ‘De blog’ zou dus aan de winnende hand zijn geweest.

Dus hoewel Engelse leenwoorden in principe altijd mannelijke de-woorden zijn, ben je toch volledig vrij in je keuze. Als je maar consequent bent. Het staat erg slordig als je het in de ene zin over ´de blog´ hebt, en even verderop over ´het blog´.

Ik vind keuzevrijheid als het gaat om de Nederlandse taal wel lastig. Als ik de massa volg dan wordt het ´de blog´ want dit heeft veel meer hits op Google dan ´het blog´.

Ik kies voor ´het blog!´. Ik ben nou eenmaal geen volgzaam type. Maar wel een type die zich aan de opdracht houdt

Gehaktdag

Woensdag gehaktdag heeft te maken met de slager, die vroeger zelf slachtte. Het slachten gebeurde op maandag. Op dinsdag werd het vlees verwerkt tot de gebruikelijke karbonades, riblappen en dergelijke. Bij het snijden en uitbenen bleef er restvlees over dat met behulp van een vleesmolen werd fijngemalen en dat op woensdag als gehakt werd verkocht. Zodoende ontstond ´gehaktdag´.

Maar het houdt niet op bij gehaktdag.

Ooit van de dag van de reddingsboot gehoord?  De dag van het schaap? Nou geloof me: ze bestaan. Net als de dag van de witte stok (15 oktober, op deze dag staan we stil bij blinden en slechtzienden, die zelfstandig door het leven gaan en hoe knap dat eigenlijk wel niet is).

Maar ook: Dierendag, secretaresse dag, de dag van de zorg, de dag van het ongeboren kind, de dag van de vluchteling, de dag van de leraar, de dag van de ouderen, de dag van de dialoog, persvrijheid, hoogbegaafdheid, vrede, poëzie, literatuur, dans, de zelfstandige, logopedie, de tuinder, het magazijn, de alfabetisering, wereld dovendag, wereld kankerdag, wereld lepradag, aidsdag, diabetesdag en echt, dit is een kleine greep uit het aanbod in ´dagen´.

(Valentijnsdag, Vaderdag, Moederdag, Bevrijdingsdag en dat soort dagen nog niet eens meegerekend).

Blijkbaar hoor je er zonder dag niet bij. Hoog tijd om heel snel de “dag van Sam” te lanceren. Ik heb het even uitgezocht: 30 februari is nog vrij!

iSam

Als acht-jarig meisje typte ik mijn eerste teksten op een Apple Macintosh, waarvan gezegd wordt dat het de grondlegger is van wat nu de PC wordt genoemd.

De iPhone 6 heeft geen gemakkelijke start gehad. Weblogs publiceerden lijstjes met 100 redenen waarom de iPhone 6 waardeloos is. Het apparaat waarvoor men dagen in slaapzakken voor de Apple store lag ´sucks big time´ als je de recensies moet geloven.

Apple-haters konden naar hartenlust hun frustraties botvieren op deze Phone; hij buigt als je erop gaat zitten, je haar blijft erin vast zitten en het is afgekeken van Samsung.
Maar ieder nieuw Apple-product is bij de lancering de grond in geboord. Dat geldt voor de Macintosh (1984), de iMac (1998), de iPod (2001) en de iPhone (2007).

Vooropgesteld: ik vind de iPhone een apparaat met een hoog revolutionair/klasse gehalte. Ziet er smooth uit en werkt prima als je niet de behoefte hebt om zelf dingen te willen inrichten.

Maar die behoefte heb ik dus wel.

Apple gaat uit van het principe dat ´dingen gewoon moeten werken´. Nou, daar is iSam het volledig mee eens. Ongetwijfeld dat iLiefhebbers vinden dat ik volledig de iPlank missla, maar ik vind Apple wel heel voorzichtig met het toevoegen van nieuwe functies. Mijn iPhone is zo goed beveiligd, ze bepalen meer voor me dan mijn moeder ooit gedaan heeft.

Volgende (logische) stap is jailbreaken. (Beveiliging doorbreken waardoor je ook software buiten Apple’s App Store om kunt installeren). En ja, dat is ook not done volgens een grote groep mensen (lees: Apple freaks, van die types die ooit begonnen met ´Applelen´ en daarna Windows niet meer serieus nemen).

Maar Apple is daar niet blij mee. Wat ik vanuit het perspectief van dit miljoenenbedrijf natuurlijk wel begrijp. Het openstellen van mijn iPhone is niet echt handig voor hun verkoopsucces.

Maar het lukt niet. Dat jailbreaken. Dus ik hou het bij Apple´s App Store. Na drie pogingen tot jailbreaken besef ik: ik moet het er mee doen. En Steve had gelijk:

We think different

Netwerken

Één ding is zeker: als je gaat netwerken moet je sociale oogkleppen opzetten. Nu ben ik persoonlijk niet echt bang mezelf te laten zien op sociale media, maar onder het mom van MPN geef ik mij nu virtueel helemaal bloot. Het begon bij het stalken van familieleden, vrienden, collega’s, kennissen en vage kennissen. Daarna kwamen de vreemden. Ondernemers, dat wel. Startende ondernemers, doorgewinterde ondernemers. Goede ondernemers, lerende ondernemers, kortom: iedereen met een KvK´tje was de Sjaak.

En het gaat goed! Er gaat veel tijd in zitten, we zijn inmiddels bijna fulltime bezig met MPN.

Er zijn natuurlijk ook tegenvallers. En daarvan proberen wij te leren. Sterker te worden. En dan is het goed, dat we samen zijn. Esther en ik. We zijn een goed duo, dat blijkt. Als de één een nerveous breakdown krijgt, trekken we elkaar uit de put en zorgen we ervoor dat we weer sterk staan en de positiviteit hervinden.

Het is zaak om ons netwerk te laten groeien. Om MPN naar een hoger niveau te tillen. Natuurlijk voor onszelf, maar zeker ook voor alle ondernemers die zich bij ons aansluiten.

Want, alles wat je aandacht geeft: groeit!
www.meerpuurnetwerken.nl

Samira op de camping

“Kamperen moet je met de paplepel ingegoten worden.” Ach, na een paar jaar wildkamperen bij boer Bohemen was ik wel wat gewend!

Maar, (ik tik dit kamperend) terwijl vijf kinderen zich op twee vierkante meter met glitterlijm (dat dan weer wel) en loom-elastiekjes zitten te vermaken (want wolkbreuk 630 is een feit) besef ik dat ik een ‘mooiweerkampeertiep’ ben.

Ik griste bij vertrek nog even snel een groen, dik, maar oud vest van de kapstok en ik ben mezelf dankbaar voor deze heldere ingeving want ik heb ‘m nog niet uitgehad.

Poepen en plassen; prima sanitairgebouw hoor, maar het is toch de medekampeerder die bepaalt of je lekker kunt zitten.
“Moet er nog iemand poepen?” Roepen vriendin en ik een paar keer per dag. Gewapend met een pleerol onder de arm en een zwerm kinderen op skelters (€100,00 huur exclusief €60,00 borg vergeten we gauw) gaan wij dan richting kakdoos.

Wie vindt deze natte, koude primitieve hel in godsnaam zo ontspannend dat ze dit vakantie durven te noemen?!
Nou wij. Want we hadden het niet willen missen. Onze iPhone, Samsung, iPads (iPadSS ja!) werkten prima op zonne-energie.

De kinderen hebben (in tegenstelling tot ik) geen moment gezeurd over het weer.
En hoewel we liever krakende krekels hadden gehoord; het roodborstje dat vriendelijk bij ons op de vlonder van de veranda kwam zitten (drie minuten droog) is het meest treffende geval van symboliek die we ons hadden kunnen bedenken.

Volgend jaar all inclusive naar Ibiza.

De perfecte vrouw

An eye-tracking study: De perfecte vrouw is 1,68 meter lang, weegt 58 kilo, heeft cupmaat 75C, blauwe ogen en bruin haar. Ondervraagde heren zien liever geen tatoeages op het lichaam van een vrouw, ze is van beroep verpleegster, heeft een flinke eetlust en houdt van vlees. Een glas bier moet ze laten staan, in plaats daarvan drinkt ze witte wijn.

Nou, daar kom ik ré-delijk goed beslagen ten ijs. Hoewel ik negen centimeter te kort ben, twee kilo te zwaar en groene ogen heb: bier laat ik staan, witte wijn niet.
Maar dat wil dus zeggen dat de perfecte vrouw geen (jaloersmakend) Victoria´s Secret model hoeft te zijn.

Pfjuw!

Angelina Jolie, Jessica Alba en Scarlett Johansson, een greep uit vrouwen die door mannen begeerd worden. Lijken me allemaal aardige meiden hoor, net als Chantal Janzen, Katja Schuurman en Doutzen Kroes. Maar ik merk dat ik toch gevoelens van jaloezie heb als ik deze dames in weinig verhullende lingeriesetjes en sexy poses zie staan in de glossy´s. En jaloezie mensen, dat is een emotie die je eigenlijk nooit zou moeten voelen. Het is de oorzaak van bitchfights, onderhuids venijn, roddel en achterklap.

Niet jaloers zijn dus. Beter bagatelliseren: want Angelina, Doutzen, Scarlet, Chantal en alle andere perfect-uitziende vrouwen; ze mogen dan wel de types zijn die houte coutoure combineren met een body to die for, haar dat altijd perfect zit en dure schoenen dragen. Het zijn natuurlijk allemaal vrouwen waarbij je op je Bristol-laarzen aanvoelt dat ze niet gelukkig zijn.

“Minder minder minder!”

De één spreekt schande van de uitspraak van Geert, een ander omarmt hem met “minder minder minder”. Als je het mij vraagt is niets nieuws gebeurd na de uitspraak van Geert. De geschiedenis heeft ons geleerd dat wanneer het economisch slechter gaat, mensen zich vastklampen aan mensen zoals Wilders.

Mensen willen zich veilig voelen. Het liefst binnen een grens die voor hun getrokken wordt. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd zijn. Het zorgt ervoor dat sommige mensen niet zelf nadenken en daardoor sluiten zij zich aan bij een groepering (of partij).

De mentale gezondheid van mensen wordt namelijk voor een groot gedeelte bepaald door het antwoord op de vraag: ´Mag ik erbij horen?´ De mens is een sociaal wezen, een groepsdier. In een groep kun je het best overleven. Een (heftige) uitspraak van een leider zorgt ervoor dat mensen dit gedrag omarmen, kopiëren en uitdragen.

En dat is ons allemaal niet ontgaan de afgelopen week. Bewerkte foto´s van Wilders op Facebook en ontzettend veel haat jegens Marokkanen. De Marokkanen komen terug met de hashtag #BornHere en vervolgens regent het historische vergelijkingen zoals: “Hitler begon ook zo” en dat soort uitspraken.

Krijg ik zojuist een bericht op Twitter van @GekantuldMedia: “Hallo onze nieuws media website is online, eindelijke een media site die opkomt voor de allochtoontjuhs.”

Zucht. Hoewel mijn naam anders doet vermoeden, ik ben geen allochtoontjuh. Maar ik ben ook zéker geen PVV-aanhanger.

Maar een conclusie trek ik wel:
Het is er niet echt gezelliger op geworden in Nederland.

Kip-ei verhaal

EINDELIJK BEWEZEN: DE KIP KWAM VOOR HET EI! 

De wetenschappers van de universiteiten van Sheffield en Warwick ontdekten dat de vorming van eierschalen afhankelijk is van een eiwit dat enkel in de eierstokken van kippen voorkomt. Een ei kan alleen hebben bestaan als het uit een kip kwam, concluderen ze.

Weetje, ik heb wel eens op een verjaardag ofzo, met een gevuld eitje in mijn hand, tijdens een discussie over de kip/ei-vraag, gezegd dat het ei gewoon een product was en de kip een producent. Zonder producent géén product, dacht ik, en als ik die wetenschappers goed begrijp, dan zit ik daar niet ver naast.

Maar wie ben ik? Als het zelfs Aristoteles bezig hield. Hij zei: “Als er een eerste mens was, dan werd deze – in strijd met alle natuurwetten – geboren zonder vader en moeder. Want er kan geen eerste ei zijn geweest waar een vogel uitkwam, of er moet ook een eerste vogel zijn geweest die een ei legde; want een vogel komt uit een ei.”

Filosofische gedachte van die man.

Maar goed. Daar komen we geen steek verder mee.
Natuurlijk heb ik deze vraag even gegoogeld. Wat ik las was dat er eerst een ander soort vogel was. Door een mutatie ontstond in het ei van die vogel de kip. De allereerste vogel was een soort dinosauriër, waarvan de voorouder een soort reptiel geweest moet zijn.

Appeltje eitje als je ´t mij vraagt, want dat betekent dat een ei alleen kan bestaan als het gelegd is door een kip?! Probleem opgelost: de kip was er eerst. Ik blijf bij mijn standpunt. Sam de ´eggspert´.

Met alle respect voor de evolutionisten, theologen, filosofen en andere geleerde types, die schijnbaar kennis hebben van deze zaak of ze er zelf bij zijn geweest. De kip of het ei, het is opgelost. Die kakelende rakkers waren er als de kippen bij!

Fijn hé? Zo´n gevalletje van ´twaalf

Oude rotzooi

Welnu. Ik hou van oude rotzooi. Ik ga zeer regelmatig even langs de kringloop om allerhande rommel op de kop te tikken. Zo ook vandaag.
Een typmachine.
In deze tijd van laptops, notebooks, iPads en andere hippe toestanden had ik even zin in nostalgie. Het geluid van de toetsen die de letters op het papier drukken vind ik schitterend. Alsof je écht aan het schrijven bent.

Na drie blaadjes realiseerde ik me alweer de voordelen van die hippe toestanden. Ik heb namelijk tijdens het typen van dit stukje al zo vaak op backspacegedrukt en zinnen verplaatst, dat had me zeker tien blaadjes gekost.

Maar een typmachine heeft charme. Na de opkomst van de computers, toen elke gerespecteerde schrijver nog een schrijfmachine gebruikte was het not done om een tekstverwerker te gebruiken voor het schrijven van literatuur. Harry Mulisch scheen dat tot het laatste toe te hebben volgehouden.

Ik heb op de middelbare school mijn typdiploma gehaald, op een typmachine. Na een half jaar kregen we het examen. Mevrouw van Velzen plakte met plakband witte A4´tjes over onze handen zodat we niet konden spieken en ik slaagde met vlag en wimpel. En nu heb ik mijn eigen exemplaar. Het is zo´n typmachine waarbij ik me bijna een razende reporter voel, zin krijg om te roken en wil stoppen met douchen.

Zo’n typemachine waar de moderne klassiekers op getikt werden. Van die echte schrijvers, die ongedouched, rokend, kromgebogen en met bezweet voorhoofd over hun typemachine gebogen zaten en waar de mooiste verhalen op ontstonden.

Mijn typmachine: een blast from the past. Een manier om me verbonden te voelen met die grote schrijvers van weleer. Met mijn typmachine ga ik helemaal op in mijn verhaal en ik hoor alleen nog maar het mooie ritmische getik.

Totdat het schermpje van mijn iPhone oplicht, met een Whatsappje; “Sam! Check je Facebook!”