Blog #7 Post-HBO Geef me de 5

Blog #7 Post-HBO Geef me de 5

Voor Geef me de 5 schrijf ik een terugkerende blog over de Post-HBO die ik volg aan de Geef me de 5-academie”.

CASS WIL GEEN AFWISSELENDE BAAN!

 “Je komt te werken in een dynamisch team, de functie is afwisselend, geen dag is hetzelfde. Alle opdrachtgevers stellen verschillende vragen en al je collega’s hebben een andere benadering en specialisme.”

Klinkt als een toffe baan vind je niet?

In mijn werk als begeleider voor mensen met ASS zochten mijn collega’s en ik constant naar afwisseling voor onze cliënten. Een aantal jaren geleden kwam er zelfs een gedragskundige op onze groep die ons vertelde dat het tenenkrommend was dat wij onze cliënten al jaren dezelfde puzzel lieten maken.

Met het schaamrood op onze kaken hebben we deze puzzels toen in de container gegooid.

Remco heeft ASS en draait dopjes op schroeven. Dit vindt hij harstikke leuk. Hij is er heel geconcentreerd mee bezig zijn en voelt zich belangrijk omdat de meneer die die schroeven aan het einde van de week ophaalt blij is met zijn geleverde diensten.

Maar naast dat schroevenwerkje pakte Remco ook nog lepeltjes en kurken in. Op zich zagen wij best dat hij dat aanzienlijk minder leuk vond, maar hey! We hebben allemaal dingen op ons werk die minder leuk zijn en hallo! Dan doet hij de héle dag die schroeven, dat kan toch niet?

Daar kwam mijn Geef me de 5-denkwijze om de hoek. Want terwijl docente Nienke even meekeek naar mijn filmbeelden kwam ik eigenlijk zelf al tot de conclusie die ik haar zag denken:
Wie zegt dat het zielig is dat hij alleen nog maar dopjes op schroeven draait?

Je begrijpt het al;
Lepeltjes, bakjes, kurken: alles de prullenbak in en vanaf nu heeft Remco een nieuwe baan. Hij doet schroeven!

“Je komt te werken in een eentonig team, de functie is niet afwisselend, elke dag is hetzelfde. Al jouw opdrachtgevers stellen dezelfde vragen, al je collega’s hebben dezelfde benadering en niemand heeft een specialisme. De dopjes moeten op de schroeven en dat is eigenlijk alles”.

 

Blog #6 Post-HBO Geef me de 5

Blog #6 Post-HBO Geef me de 5

Voor Geef me de 5 schrijf ik een terugkerende blog over de Post-HBO die ik volg aan de Geef me de 5-academie”.

PROBLEMEN

“Intellectuelen lossen problemen op. Genieën voorkomen ze.”, zei Albert Einstein.

Nu is voorkomen natuurlijk beter dan genezen maar voor de Post-hbo-opleiding Geef me de 5 gaan wij op dit moment vooral aan de slag met problemen.

Voor de portfolio-opdracht van deze module wilde ik Remco filmen tijdens zijn dagprogramma. En de opdracht was dat ik net zo lang filmde tot ik drie problemen van Remco in kaart had gebracht.

Het vinden van problemen was een probleem op zich. Ik wilde geen problemen die zich vanzelf oplossen, want dan had ik na een kwartiertje alweer nieuwe problemen nodig. Maar ik wilde ook geen problemen die zo onoplosbaar zijn dat ik geen vooruitgang kan boeken. Zowel voor Remco, als voor mijn portfolio-opdracht. Ik wil tenslotte wel laten zien dat ik de problemen voor hem op kan- en ga lossen met de methode van Geef me de 5.

De problemen die ik gefilmd heb hebben alles te maken met het feit dat de dag niet duidelijk is voor Remco, en daar vloeien de problemen als vanzelf uit voort.

Op mijn filmbeelden zie ik dat Remco zijn werkplek niet kan ordenen, daar moet hij bij geholpen worden. Ook zie ik dat hij moeite heeft met de tijd. Al ver voor koffietijd zit hij aan de koffietafel. “Dat is toch geen probleem?”, zou je zeggen. Wel voor Remco. Want hij vindt het niet prettig om lang te moeten wachten.

Ik ben dus wat betreft de problemen voor mijn opdracht onder de panne.

Reden voor een feestje zou je zeggen. Maar niet voor Remco natuurlijk. Want deze problemen zijn vervelende obstakels die niet fijn voelen en zijn ontwikkeling in de weg staan.

Maar uiteindelijk staat niet het probleem maar de oplossing centraal.
En die oplossing zit ‘m in de methode van Geef me de 5. En dat is tegelijkertijd goed nieuws voor Remco als moeilijk (maar leerzaam) voor mij.

Maar ik ga ermee aan de slag voor Remco én voor mezelf. want zoals Albert Einstein ook zei;

“Te midden van de moeilijkheid ligt de mogelijkheid.”

Blog #5 Post-HBO Geef me de 5

Blog #5 Post-HBO Geef me de 5

Voor Geef me de 5 schrijf ik een terugkerende blog over de Post-HBO die ik volg aan de Geef me de 5-academie”.

DE FUNDERING VAN EEN NIEUWE SUPERMARKT

Ik kijk uit het raam. Aan de overkant van mijn huis wordt een nieuwe supermarkt gebouwd. Aannemers en bouwvakkers met grote machines zijn bezig met de fundering voor het gebouw dat hier binnen afzienbare tijd gebouwd zal worden.
Ik heb geen verstand van de fundering die aan de basis van deze supermarkt ligt, maar ik besef dat module 2, waarmee ik nu aan de slag ga hetzelfde werkt.

In module 2 leren we hoe we het leven van iemand met autisme zo duidelijk en voorspelbaar mogelijk kunnen maken. Wat een basisfundament is binnen de methodiek van Geef me de 5 en waar we op moet letten bij het maken van een passende dagstructuur.

We gaan een basisfundament bouwen!

Een gebouw heeft een fundament nodig dat het bouwwerk kan dragen en ondersteunen. Het moet voor stabiliteit zorgen. Als ik straks mijn boodschappen doe in die nieuwe supermarkt, dan vertrouw ik op de vakkennis van de aannemers en de bouwvakkers. En terecht. Het zou wat zijn als ik bij ieder bezoek aan de supermarkt moet twijfelen of het gebouw wel sterk genoeg is dat het rechtop blijft staan.

Wij leren tijdens de Post-hbo-opleiding Geef me de 5 de kern van deze methode;
het maken van een basisfundament van het opstaan tot het naar bed gaan, zodat er veiligheid ontstaat voor al die mensen met autisme. Zo geven wij ze grip op hun leven en kunnen zij zich ontwikkelen.

Metaforisch gezien hetzelfde als de bouw van die nieuwe supermarkt dus. En het leuke is dat de methode die wij leren heel concreet uitwerkt hoe wij dat moeten doen. Welke soorten ondersteunende middelen zijn er om structuur visueel te maken? Welk middel kiezen we en waarom zetten we zo’n middel in?

Kortom; alle middelen komen aan bod in deze module. En dat is maar goed ook, vind je niet?
Een vakman heeft immers goed gereedschap nodig.

 

 

Blog #4 Post-HBO Geef me de 5

Blog #4 Post-HBO Geef me de 5

Voor Geef me de 5 schrijf ik een terugkerende blog over de Post-HBO die ik volg aan de Geef me de 5-academie”.

WAT IK KRIJG VAN AUTISME?

Klaar voor de toets en de presentatie stap ik dinsdagmorgen om 07.15 uur naast mijn studie- en reisgenoot Tineke in de auto en we besluiten dat we zenuwachtig zijn. Hoewel we elkaar nog maar net kennen, stress verbroedert, dat is duidelijk.

“Aan de studie-uren zal het niet liggen”, zegt Tineke. En vervolgens denken we dat we alles vergeten zijn.

En dat is toch onhandig zo vlak voor de toets over module 1.

We besluiten de koers toch maar voort te zetten richting Arnhem. Beladen met laptop voorzien van presentatie stappen we anderhalf uur later het lokaal in en maken de toets.

Voor deel twee van de afsluiting van module 1 moesten we drie filmfragmenten van een cliënt met ASS maken en daar aan de hand van de geleerde theorie een 15-minuten presentatie over houden. Ik leerde door deze beelden vooral veel over mezelf. Namelijk, dat ik vaak nog véél te snel ga voor de cliënt die ik filmde voor deze opdracht. Ik dácht dat ik hem wel genoeg puzzeltijd gaf, maar wat bleek was dat hij nog veel meer tijd nodig had.

Ik had mezelf gedwongen om voor deze presentatie alles uit mijn hoofd te leren, en zo voor de spiegel was me dat al 30 keer prima gelukt. Ik kletste als een ware Colette de Bruin, alles wat ik moest kletsen in keurig dertien minuten vol.

Eva Jinek eat your heart out!”, dacht ik regelmatig tijdens de voorbereiding van mijn presentatie. “Als ik dat diploma niet haal kan ik altijd nog solliciteren als presentatrice bij NPO.” Maar die dertien minuten werden er hooguit negen, terwijl in de niet-gekletste vier minuten de belangrijkste informatie zat. “Conclusie? Ehhh…wat?”

Fair enough. Eva Jinek blijft bij NPO, ik wacht op de uitslag.

En omdat ik tijdens mijn presentatie de conclusie (voorzien van de verklaringstheorieën) vergat wil ik dit blog graag afsluiten met de conclusie:

Van autisme krijg ik uitslag!

Blog #3 Post-HBO Geef me de 5

Blog #3 Post-HBO Geef me de 5

Voor Geef me de 5 schrijf ik een terugkerende blog over de Post-HBO die ik volg aan de Geef me de 5-academie”.

WAKU WAKU MAAR MEE!

Rob Fruithof heeft (n)iets met mijn diploma te maken!

Herinner jij je Rob Fruithof nog? Van Waku Waku, het programma waarin bekende Nederlanders met het goed beantwoorden van dierenvragen zoveel mogelijk knuffelaapjes konden verdienen?

Ik dus wel. Nu is Rob Fruithof niet iemand waar ik dagelijks mee bezig ben, vandaar dat ik onlangs, toen ik met mijn vriend op de bank zat me zo verbaasde dat wij in a split of second zijn naam herinnerden. Sindsdien spreken wij over het ‘robfruithoflaatje’ als we ons iets herinneren wat niet per se ter zake doende is voor het moment.

Wat dat te maken heeft met de Post-hbo-opleiding Geef me de 5?

Alles!
Toen ik de literatuur erop nasloeg voor module 1 kwam ik erachter dat onze herinneringen worden opgeslagen in de hippocampus en dit dus niet het ‘robfruithoflaatje’ heet.

Ja mensen! Het is begonnen! Ik ben een student!
Want om alle mensen met autismespectrumstoornis goed te kunnen begeleiden met de methode van Geef me de 5 moeten we eerst weten hoe het brein werkt. We leren de verschillen tussen de normale en de speciale werking van de hersenen, de waarneming en de zintuigen.

En dat brein van ons, dat zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar, laat staan het brein van de mensen waarvoor deze methode is ontwikkeld. En mijn brein moet een hoop onthouden kan ik je vertellen.

Rob Fruithof is opgeslagen als verbinding tussen mijn zenuwcellen. Als ik Waku Waku hoor, of knuffelaapjes zie, worden de verbindingen actief en herinner ik me hem.

Maar aan het einde van deze opleiding heb ik niets aan informatie over Rob Fruithof. Het is zaak dat ik alle lesstof naar mijn langetermijngeheugen zie te transporteren door herhaling, en door verbanden te leggen.

Ik zeg Rob Fruithof vaarwel en ik ga nieuwe informatie herhalen, actief verbinden met al mijn eerder opgeslagen kennis zodat ik aan het einde van deze opleiding mijn diploma op kan halen.

Want voor knuffelaapjes doe ik het niet.

Blog #2 Post-HBO Geef me de 5

Blog #2 Post-HBO Geef me de 5

Voor Geef me de 5 schrijf ik een terugkerende blog over de Post-HBO die ik volg aan de Geef me de 5-academie”.

AUTI-PECH

Ik weet nog goed dat ik voor het eerst naar de middelbare school ging. Toen ik thuiskwam barstte ik in tranen uit. Ik had mijn klas niet kunnen vinden.

We hadden het eerste uur vrij. Maar dat bleek later.

Voor de Post-HBO opleiding moet ik een uur rijden. Ik had er zin! Op voorhand kocht ik een collegeblok, een map en een etui. Zelfs het adres van het gebouw van Geef me de 5 stond twee weken van tevoren al in mijn routeplanner. Dus hey! Mij ging niks gebeuren!
Daar krabde ik mezelf achter de oren toen mijn auto, terwijl ik Arnhem inreed begon te haperen.

Hortend en stotend parkeerde ik mijn auto, pakte mijn tas en besloot het ‘autopech-probleem’ te parkeren voor later. Op tijd moest ik komen!

Dat mislukte.

Is dit hoe iemand met autismespectrumstoornis zich voelt als iets ‘anders’ gaat? Is dit het gevoel van een punthoofd?
Waarnemen, aansluiten en toevoegen zijn belangrijke elementen uit de toepassing van Geef me de 5. En als er iets is waar ik behoefte aan had waren het deze drie elementen.

Toen ik het gebouw van Geef me de 5 bezweet naar binnen strompelde (na 45 minuten rennen door Arnhem) besefte ik hoe fijn het is als iemand waarneemt, aansluit en toevoegt: dat iemand je helpt!

“Ik zal even met je meelopen, wil je een kopje koffie?”, werd mij gevraagd door iemand naast de deur met het logo van Geef Me De 5.

Het zullen de omstandigheden geweest zijn, maar ik had nog nooit zulke lieve woorden gehoord. Ze nam waar, ze sloot aan en ze voegde toe. Ik had de koffie het liefst huilend op haar schoot opgedronken maar gelukkig beschik ik zelf over een beetje samenhang.

Ik liep de klas binnen, ik ging zitten en de optelling van de details vormde het geheel.

Blog #1 Post-HBO Geef me de 5

Blog #1 Post-HBO Geef me de 5

Voor Geef me de 5 schrijf ik een terugkerende blog over de Post-HBO die ik volg aan de Geef me de 5-academie”.

VAN BETADINE SHAMPOO NAAR GEEF ME DE 5

Je kent ze wel, van die 16-jarige meisjes die denken dat ze alles weten. Hebben net hun opleiding afgerond en een “mij maakt niemand meer iets wijs-houding”.

Zo’n meisje was ik dus.

Stapte 20 jaar geleden vol enthousiasme een woongroep binnen met cliënten met een autismespectrumstoornis. Over autisme werd mij niks verteld. Wat mij wel verteld werd is dat ik een flesje Betadine shampoo moest kopen want het kon gebeuren dat ik door één van deze cliënten zou worden opengekrabd. En dat gebeurde. Mijn handen en armen waren bedolven onder de wondjes.

Niemand die mij iets uitlegde over deze neurologische aandoening. Niemand die mij vertelde dat het handig was om in ieder geval een beetje duidelijk tegen deze jongen te zijn zodat dat krabben niet nodig was.

Mijn moeder kocht Betadine shampoo.

De jaren verstreken en ik werkte op diverse groepen. Ik koop allang geen Betadine shampoo meer en ik denk geregeld met schaamte terug aan mijn ‘autist uit 1996’.

2010: er waren twee kaarten beschikbaar voor een lezing van Colette de Bruin. Onder het mom van “ Ach, zijn we er een dagje uit”, reden mijn collega en ik richting Doetinchem.
We werden aangenaam verrast, leerden veel over autisme en die ene zin van Colette zal ik nooit meer vergeten:

“Als je zegt dat het voor één keer is, kun je de patat eigenlijk iedere week overslaan”.

Niet per se een heel literaire zin maar sindsdien is deze zin voor mij allesomvattend omdat ik door deze zin besefte- en merkte hoe- en vooral dát deze methode werkt.
En daarom ben ik zo blij dat ik ga beginnen aan de Post-HBO opleiding aan de Geef me de 5-Adademie. Voor mezelf en voor de cliënten op mijn groep. Misschien wel als eerbetoon aan mijn ‘autist uit 1996’. 

Ik ga de Post-HBO opleiding Geef me de 5 doen.
Voor een keer!

 

‘Douze points’

‘Douze points’

Het songfestival is natuurlijk net zoiets als het WK voetbal, het levert dezelfde emoties op. Toen Ilse en Waylon als ‘The Common Linnets’ in Kopenhagen 238 punten kregen, klapte ik in mijn handen en gooide mijn tompoes van schrik tegen het plafond.

Ik hoop dat het schrijverskamp van de drie zussen raak heeft geschoten met ‘Lights and shadows’, maar ik heb er niet echt vertrouwen in.

Om muziek gaat het natuurlijk allang niet meer bij het songfestival. Dat hebben we gemerkt toen Stieneke ons vertegenwoordigde met haar ‘Ik Ben Verliefd (Sha La Lie)’. Het absolute dieptepunt in de Nederlande songfestival-historie.

Vind ik.
Een gimmick. Daar gaat het om.

De Scandinaviërs zijn gewoon beter dan wij met hun gouden liedjes. En de Oost-Europeanen verzinnen betere gimmicks dan welk land dan ook, zelfs beter dan De Toppers, die – laten we eerlijk zijn, een gimmick op zich waren.

Wij zijn te nuchter voor de perfecte gimmick. We proberen het wel hoor. Linda Wagenmakers had bijvoorbeeld dansers onder haar jurk, Joan Franka had een indianentooi op haar hoofd, Douwe Bob hield tien seconden stilte en zelfs de veelbesproken scheurjurk van Trijntje, het mocht niet baten.

Maar voor mij maakt het niet uit. Ik ben erbij. Op de bank. Ik luister aandachtig naar Cornald Maas en Jan Smit die ons tot het laatste moment laten geloven dat we nog kans maken.

Want zo hoort het. En zoals we in 1975 leerden:

“Listen to it, maybe it’s a big hit”
Waarheid als een koe!
“Sing ding-ding-dong..”

Kei-leuk jûh

Stap in Abu Dhabi op het vliegtuig en vlieg een paar honderd kilometer in een willekeurige richting. Laat je blinddoeken voordat je het vliegveld verlaat. De kans dat je aan de taal van de taxichauffeur kunt horen in welke deel van het land je terechtgekomen bent, is klein. Maar stap je in Hazerswoude in de auto, dan moet je na drie kwartier rijden soms je wenkbrauwen optrekken omdat je bij de eerste supermarkt de kassière niet kunt verstaan.

Dialecten.
Ik schijn dus -Jûh, wat hebbie dan?- een Leidse tongval te hebben. Met soms een vleugje Rotterdams. -Hebbie dat gezien?- Vind ik lastig om te horen hoor. Ik probeer er vandaag de dag dus een beetje op te letten.
Goed, die kinderen-voor-kinderen-R heb ik. Ik beken. Als ik MaaR zeg dan zeg ik geen maarrr maar MaaR.
Snappie?

Maar spreek ik dan dialect? Want, ieder taalgebruik dat niet tot het standaard Nederlands wordt gerekend, is dialect.
Wie zal het zeggen? Een dialect is een groepstaal – de eigen taal van een groep mensen die allemaal in dezelfde regio wonen.
`Het enige goede dat uit Heusden komt, is de bus naar Wijk en Aalburg’ , zeggen ze in Wijk en Aalburg.

En iets dergelijks wordt in vrijwel elke andere Europese gemeente gezegd over de buren. Hoe vaker er verhuisd wordt, hoe meer de groepen zich met elkaar mengen, des te minder het dialect een kans krijgt.

Laat ik dán zeggen dat ik me wel eens schuldig maak aan spreektaal. Mag dat ook? Of.. plat praten. In de moderne taalwetenschap wordt de term ‘plat’ alleen niet meer gebruikt. Het is ook niet waar dat het absoluut plat is om soms ie te zeggen in plaats van je. Dat valt trouwens eenvoudig te demonstreren: precies dezelfde wisseling tussen je en ie komt ook voor in een deftige en oeroude taal als het Hebreeuws uit de Bijbel. Uit geschriften in die taal kunnen we opmaken dat de oude profeten ook soms ie zeiden en soms je.

Dat wil zeggen dat ik dus net zo spreek als de schrijvers van de Bijbel.
Geldt dat dan ook voor de Haagse Harry’s, de Carnavalvierende Brabo’s en Limburgers, de Amsterdamse Sjonnies, de tukkers uit Twente en de boeren uit Groningen?

Het dialect zal blijven bestaan zolang er mensen zijn die trots zeggen dat ze oorspronkelijk uit Leiden komen.
Al stappen we in de auto richting Brabant of op het vliegtuig naar Abu Dhabi.

Voetbal of mindfulness

Voetbal of mindfulness

Terwijl ik een pak melk op de band zette bij de Jumbo hoorde ik iemand aan het meisje achter de kassa vragen wie er volgens haar Europees Kampioen zou worden. Voordat het meisje haar mond open deed schreeuwde een man in de rij achter mij: “Dat vraag je toch niet aan een vrouw? Vrouwen doen mindfulness  en horen zich niet te bemoeien met voetbal!”

Nu begrijp ik ook niet zoveel van voetbal hoor. Ik zie het eerlijk gezegd als een sport waar spelers met TE veel tatoeages, TE veel salaris TE lang op het veld blijven liggen.
Bovendien vind ik hun vrouwen vaak te dun.

Maar toch, ik ben geen mindfulness-type en heb gewoon een fascinatie voor voetbalminnende mannen.

Voetbalpoëzie
Mannen die over voetbal praten in voetbaltermen, ik zie het als poëzie; je hoeft het niet te begrijpen om het te waarderen.

Daarom kijk ik met veel plezier (mee) naar programma’s waarin mannen over voetbal praten en vond ik het Genieten met een hoofdletter toen Maxim Hartman tijdens NOS Studio France, Rafael van der Vaart aan de tand voelde over het feit dat hij ‘wel eens’ een  frikandelletje eet.

Hoe vervolgens de mannen bij Voetbal Inside daar smakelijk om lachen maar er tussen de regels door toch gezegd wordt dat Rafael inderdaad een taak heeft als profvoetballer en een frikandelletje dus éigenlijk niet kan.
Des te leuker om te lezen dat de verkoop van frikandellen met 12% is gestegen.

Kortom: of het nu propaganda is, of niet: als wij vrouwen voetbalpraat niet kunnen waarderen, dan moeten we inderdaad niet naast de mannen blijven zitten en toch maar iets met mindfulness gaan doen.