Blog voor Ipse de Bruggen

Als december voorbij is haalt iedereen in januari weer opgelucht adem. Vooral de mensen (die te maken hebben) met Autismespectrumstoornis (ASS). “Alles is weer gewoon!”, roepen mijn collega’s en ik in januari tegen de cliënten.

En als alle decemberstress vergeten is, begint na zes weken de ellende alweer met de voorjaarsvakantie. Maar dat is een weekje: “Een week! Dan is alles weer gewoon!”, zeggen we dan. En als maart zijn staart heeft geroerd beginnen we alweer over Pasen.

Feestdagen brengen spanningen met zich mee. Het levert vragen op: Wat gaan we doen? Waar ga ik eten? Wat ga ik eten? Wanneer ga ik eten? Wanneer ga ik naar papa en mama? Of; gá ik wel naar papa en mama? En alle vragen proberen we zo duidelijk mogelijk te beantwoorden. Voor iedere cliënt op zijn eigen niveau, rekening houdend met zijn incasseringsvermogen.

En als we afscheid hebben genomen van de Paashaas (of de Verlosser, net zo u wilt), dan halen we wederom adem: “De Pasen is voorbij, alles is weer gewoon”, zeggen we dan.

Dan viert onze Koning zijn verjaardag. En natuurlijk is het voor Amalia allemaal reuze spannend, maar echt niet zo spannend als voor de cliënten:
 “Met Koningsdag zijn we een dag vrij, maar dit jaar niet want het valt op zaterdag”.
“Moeten we dan op zaterdag werken? En is het maar één dag Koningsdag?”
“Ja, Koningsdag is altijd maar één dag.”
“Waarom hangt er dan een waslijn met ontbijtkoek in de gymzaal?”

Ohja. Koningsspelen. Dat is leuk, maar dat is niet zo gewoon. Want dat deden we nooit.

Dus als Koningsdag voorbij is, is er wederom opluchting. “Koningsdag is weer voorbij, alles is weer gewoon“, zeggen we dan. En na de meivakantie zeggen we: “De meivakantie is weer voorbij, alles is weer gewoon”.

Bevrijdingsdag: vlaggen aan de huizen, maar verder is alles gewoon. Hemelvaartsdag, dan hoef je niet naar je werk maar die dag erna wel, en dan is het weekend. Na het weekend zeggen we: “Het was een rare week hé? Maar nu is alles weer gewoon”.

Pinksteren is in juni, dan herdenken we de uitstorting van de Heilige Geest. Dat duurt nog even. Maar daar doen we niks aan, alleen maar vrij op maandag, verder is alles gewoon. Misschien afbakbroodjes ofzo.

Daarna zijn al die rare dagen weer voorbij. Dan is alles weer gewoon. “Wat een rare dagen hé jongens? Maar nu is alles weer gewoon!”.

Voor een week of zes.

Want dan is het zomervakantie. En dan gaan we niet zwemmen. En dan gaat de gym niet door, eigenlijk gaat niks door aan extra activiteiten. En er staan invalkrachten op de groep, maar dat is niet erg, want de zomervakantie duurt maar zes weken joh. En na zes weken is alles weer gewoon.

En dan kunnen ze (of we?) een paar weken op adem komen. Dan is het een paar weken echt gewoon.

Dan is het oktober. “Wat vliegt de tijd hé?“, zeggen we dan. En dan gaan we weer vragen beantwoorden. Over de decembermaand.

Het is namelijk nooit gewoon.

 

Voor Ipse de Bruggen schrijf ik elke maand een blog