“Kamperen moet je met de paplepel ingegoten worden.” Ach, na een paar jaar wildkamperen bij boer Bohemen was ik wel wat gewend!

Maar, (ik tik dit kamperend) terwijl vijf kinderen zich op twee vierkante meter met glitterlijm (dat dan weer wel) en loom-elastiekjes zitten te vermaken (want wolkbreuk 630 is een feit) besef ik dat ik een ‘mooiweerkampeertiep’ ben.

Ik griste bij vertrek nog even snel een groen, dik, maar oud vest van de kapstok en ik ben mezelf dankbaar voor deze heldere ingeving want ik heb ‘m nog niet uitgehad.

Poepen en plassen; prima sanitairgebouw hoor, maar het is toch de medekampeerder die bepaalt of je lekker kunt zitten.
“Moet er nog iemand poepen?” Roepen vriendin en ik een paar keer per dag. Gewapend met een pleerol onder de arm en een zwerm kinderen op skelters (€100,00 huur exclusief €60,00 borg vergeten we gauw) gaan wij dan richting kakdoos.

Wie vindt deze natte, koude primitieve hel in godsnaam zo ontspannend dat ze dit vakantie durven te noemen?!
Nou wij. Want we hadden het niet willen missen. Onze iPhone, Samsung, iPads (iPadSS ja!) werkten prima op zonne-energie.

De kinderen hebben (in tegenstelling tot ik) geen moment gezeurd over het weer.
En hoewel we liever krakende krekels hadden gehoord; het roodborstje dat vriendelijk bij ons op de vlonder van de veranda kwam zitten (drie minuten droog) is het meest treffende geval van symboliek die we ons hadden kunnen bedenken.

Volgend jaar all inclusive naar Ibiza.

3.439 Comments