Het is ongeveer drie uur in de nacht wanneer ik wakker word omdat mijn neus dicht zit. Je kent dat wel, dat je linkerneusgaat dichtzit als je op je linkerzij ligt en vice versa. Een bescheiden virus dat zoveel andere mensen te pakken had, heeft het voor elkaar gekregen om mijn lichaam binnen te sluipen.

07.00 uur: de wekker. Ik blijf nog even liggen.
07.30 uur: Dit gaat ‘m niet worden.
Ik hijs mezelf omhoog en besef me dat ik in bed moet blijven liggen. Ik moet slapen.
Maar daar is ‘ie dan: de drempel. De drempel van het ziekmelden. De keuze. Ben ik ziek of ben ik niet ziek?
Godfried Bomans zegt: “De grootste ziekte van onze beschaving is de mening dat zij ziek is.”

Doordat ik moeder ben maken mijn kinderen deze keuze vaak voor me. Zij staan -ziek of niet- naast mijn bed en willen verzorgd worden. Dus ga ik uit bed. Mopper iets sneller dan normaal, maar hun broodjes worden gesmeerd en hun haren gevlochten.
Maar vanmorgen besefte ik me maar al te goed dat mijn kinderen de keuze niet voor me kunnen maken want die zijn bij hun papa.
Dus moet ik de keuze zelf maken.

Ik pak mijn telefoon en bel mijn leidinggevende. Cruciaal punt. Want, wat zeg je? Ga je extra zielig praten? Een keertje extra hoesten?
Tijdens het gesprek krijg ik -tussen neus en lippen- nog een boodschap dat er meerdere zieken zijn.
Maargoed, toen had ik mijn keuze al gemaakt. De keuze om mijn hoofd weer op mijn kussen te leggen.

En dat doe ik.
Om 13.30 uur word ik wakker. HALF TWEE!
Ik stap uit bed, maak koffie, spuit neusspray, gooi een vitamine -mosterd na de maaltijd- C in een glas water en start de laptop op.
Of mag dat niet? Achter de laptop zitten als je je hebt ziekgemeld?
Ik maak een boterham met pindakaas.
Of heb je geen honger als je ziek bent?

Sir William Osler stelt: “Vraag niet wat voor ziekte iemand heeft, maar liever wat voor iemand de ziekte heeft.”
Whatever Sir, ik ben alweer opgeknapt.