Lente 1986.
Mijn vader maakt de tuin zomerklaar, wat voor hem inhoudt dat hij een randje met oranje afrikaantjes in de tuin plant. De tuin is netjes, we hebben een groen zonnescherm. Mijn moeder bemoeit zich niet met de tuin, dat doet mijn vader. Mijn zus en ik krijgen oranje grenadine met een knappertje. Ik fiets rond op een gele driewieler met een wit zadel. Het is goed.

Lente 1989.
Het is warm voor de tijd van het jaar. Mijn vader heeft weer Afrikaantjes gehaald. Niks veranderd alleen we pakken nu zelf onze grenadine. Er komt chips op tafel maar we mogen het niet in één keer leeg eten want: eerst de grote mensen! Aan tegenspraak doen wij niet. Wij luisteren naar onze opvoeders.

Lente 1995.
Mijn vader heeft Afrikaantjes gehaald. In verschillende kleurtjes.
Het is een zomers gezicht. Als hij klaar is drinken mijn vader en moeder een biertje in de tuin. Mijn zus is weg. Ik zit op mijn kamer, eindexamens moeten worden voorbereid. Niet dat ik dat doe, maar ik blijf daar maar een poosje zitten om mijn ouders in die veronderstelling te laten.

Lente 2002.
Mijn vader zet Afrikaantjes in de tuin van het nieuwe huis aan de andere kant van het dorp.
Als we zondagmiddag naar mijn ouders gaan, staan de Afrikaantjes op een rijtje in de grond.
Mijn zus is er ook, haar zoon fietst op een gele driewieler met een wit zadel. Hij krijgt limonade en chips van mijn moeder. Ik drink een cola’tje, dat helpt het beste. Tegen de nadorst.

Lente 2011.
Mijn zus en ik treffen elkaar met onze kinderen bij mijn ouders.
We zitten in de tuin, maar we drinken al lang geen grenadine meer. Pap schenkt ons een wijntje in en de kleinkinderen rennen rond.
Afrikaantjes zijn er niet meer. Mijn vader heeft hortensia’s, in allerlei kleuren. Olijven en blokjes kaas staan op tafel. We mogen pakken naar hartelust, wánt we zijn inmiddels grote mensen.

Lente 2020.
Mijn vader zit in de tuin. Op een krukje zit hij nog wat plantjes te potten. Het gaat niet snel want hij is moe. Moe van de operaties, de chemotherapieen, de pijn en de bestralingen.
Maar zijn hortensia’s staan er zoals ieder jaar weer prachtig bij. Hij is er trots op. Hier wil hij zijn, zegt hij, in zijn tuintje, samen met mijn moeder.

Zomer 2020.
De hortensia’s staan als een malle te bloeien. Ik maak er een foto van.
We drinken koffie in de tuin.

Zonder mijn vader.
En hoe mooi de hortensia’s ook zijn, ik verlang terug naar de Afrikaantjes. Ik verlang terug naar het groene zonnescherm. Ik wil grenadine met een knappertje. Ik wil zelfs fietsen op het gele driewielertje met het witte zadel.
Maar dat is natuurlijk onzin. Waarom zou ik op een gele driewieler willen fietsen. Ik heb een auto. Ik heb een zus, ik heb lieve kinderen, een lieve neef en nicht, de allerliefste vriend en gelukkig nog mijn moedertje.
En wat betreft de lente van 2021… We zien wel 😊