Mensen die mij kennen weten dat ik een écht zomermens ben. De hele winter zeik ik over het weer. Ik heb het koud, ik word niet warm, ik heb het koud, ik functioneer niet, ik heb het koud, ik ben nukkig en ik heb het koud.
In februari is het op zijn top. Dan ben ik er goed klaar mee.
Het is vooral de lente. Echt, maak me GEK! En dan heb ik het nog niet eens over die overweldigende hartverwarmende, lentezon, nee juist die eerste middagjes dat je, als je heel veel geluk hebt, op een driehoekje in je achtertuin een streepje zon zonder wind kunt opvangen.

Dat geeft mij toch wel het ultieme lentegevoel. Dat ‘het komt, het KOMT!! gevoel’.
En als ‘ie er eenmaal is, de lente, dan volop genieten van de bloemen die gaan bloeien, de parken die tot leven komen, de kinderen die weer gaan steppen en als je me helemaal gek wilt krijgen: wijn op het terras! (wijn op het terras, ik val in herhaling, maar dit is mijn blog dus ik gooi hem er nog een keer in: MAAK ME GÉK!!!!!!)
Vogeltjes (en bouwvakkers) gaan fluiten, ik lust opeens geen lamsvlees meer en het gras lijkt groener, zelfs in je eigen tuin.
Je moet wel echt een ijskonijn van beton zijn wil je het ‘Het Is Lentegevoel’ niet kennen.
Mijn energievoorraad verdrievoudigt gewoon in de lente.

Voorjaarsmoeheid? AsJeBelieft zeg! De de hoeveelheid serotonine en dopamine in mijn bloed stijgt binnen een mum van tijd tot een kookpunt. Als het lente is krijg ik zin in dingen waar ik geen zin in heb.

En bij het idee dat het er aankomt krijg ik kriebels in mijn buik. Een brok in mijn keel. Tranen in mijn ogen. Ik neem weer afscheid van mijn aardappelstamper, de dop gaat op de rode wijn want: rosé. De winterblues maakt plaats voor dingen die écht belangrijk zijn.

Want in de lente is in principe niks belangrijk.